Kurze Antwort
Elk type kabelrups heeft een maximale snelheid en versnelling, apart voor vrijdragend en glijdend. Reken uit wat je machine vraagt, uit de slag en de tijd per beweging, en kies een type dat daar met marge boven zit. Glijdend liggen de grenzen bijna altijd lager dan vrijdragend.

De snelheid en versnelling van een kabelrups bepaal je uit de beweging van je machine: hoe ver het bewegende deel rijdt en in hoeveel tijd. Die twee waarden vergelijk je met de grenzen van het type, en wel voor de opstelling die je gebruikt. Een kabelrups die vrijdragend 10 m/s aankan, haalt glijdend vaak maar een kwart daarvan. Wie alleen naar binnenmaten en rijweg kijkt en de snelheid vergeet, kiest een rups die op papier past en in de praktijk snel slijt.
Welke snelheid en versnelling bedoelen we bij een kabelrups?
De grenzen in de gegevens van de fabrikant gaan over de meenemer, het uiteinde dat met de machine meebeweegt. De snelheid van de meenemer is dus de snelheid van je machine. De bocht van de rups rolt met de halve snelheid mee, maar daar hoef je zelf niet mee te rekenen.
- Snelheid (m/s): de hoogste snelheid die de machine tijdens de beweging haalt.
- Versnelling (m/s²): hoe snel de machine op snelheid komt en weer afremt. Ter vergelijking: 1 g is ongeveer 9,81 m/s².
Per type staan er twee sets grenzen in de gegevens: een voor vrijdragend en een voor glijdend. Welke opstelling je hebt, hangt vooral af van de rijweg. Lees daarvoor eerst vrijdragend of glijdend, want de keuze bepaalt welke grenzen gelden.
Wat is de maximale snelheid van een kabelrups?
Dat verschilt sterk per serie en per opstelling. Een paar voorbeelden uit ons assortiment:
| Typ | Freitragend: Geschwindigkeit | Vrijdragend: versnelling | Gleitend: Geschwindigkeit | Glijdend: versnelling |
|---|---|---|---|---|
| QUANTUM Q040 | 40 m/s | 300 m/s² | 2 m/s | 3 m/s² |
| QUANTUM Q080 | 25 m/s | 100 m/s² | 3 m/s | 3 m/s² |
| UNIFLEX Advanced UA1455 | 10 m/s | 50 m/s² | 2,5 m/s | 20 m/s² |
| M0950 | 10 m/s | 30 m/s² | 8 m/s | 20 m/s² |
| TKHP90-R | keine Daten | keine Daten | 10 m/s | 50 m/s² |
| S/SX0650 (staal) | 2 m/s | 3 m/s² | 0,8 m/s | 2 m/s² |
Drie dingen vallen op. De QUANTUM is gemaakt voor zeer hoge snelheden en versnellingen, bijvoorbeeld bij lineaire motoren, maar alleen vrijdragend. De TKHP is juist gemaakt voor lange glijdende rijwegen met hoge snelheid, zoals bij kranen. En stalen rupsen zoals de S/SX zijn sterk en hittebestendig, maar niet bedoeld voor snelle bewegingen.
De waarden zijn maxima. Met een zwaar kabelpakket of dicht bij de grens van de rijweg reken je liever met marge, of kies je een type zwaarder.

Hoe bereken je de snelheid en versnelling van je machine?
Vaak staat de snelheid in de specificatie van de machine of de aandrijving. Heb je alleen de slag en de tijd per beweging, dan reken je het zelf uit. Voor een beweging die versnelt tot halverwege en daarna afremt (zonder stuk met constante snelheid) gelden twee eenvoudige formules:
- Maximale snelheid = 2 × slag ÷ tijd
- Versnelling = 4 × slag ÷ tijd²
Rijdt de machine een deel van de slag met constante snelheid, dan is de topsnelheid lager dan deze uitkomst en de versnelling hoger. Ken je de snelheid en versnelling van de aandrijving, gebruik die waarden dan: ze zijn nauwkeuriger dan een schatting uit de cyclustijd.
Let op: de rijweg van de kabelrups is de slag van de machine. De lengte van de rups zelf is iets anders. Die reken je uit met de lengte van je kabelrups berekenen.
Rekenvoorbeeld 1: een snel portaal over 1,5 meter
Een portaal verplaatst een onderdeel over 1,5 m in 0,6 s, zonder stuk met constante snelheid.
- Maximale snelheid: 2 × 1,5 ÷ 0,6 = 5 m/s
- Versnelling: 4 × 1,5 ÷ 0,6² = 4 × 1,5 ÷ 0,36 = 16,7 m/s²
Bij 1,5 m slag is de opstelling vrijdragend. Een UNIFLEX Advanced UA1455 mag vrijdragend 10 m/s en 50 m/s², en gaat vrijdragend tot 4,8 m rijweg. Dat past ruim. Een stalen S/SX0650 mag vrijdragend 2 m/s en 3 m/s². Die valt hier dus af, hoe sterk hij verder ook is.
Wordt dezelfde beweging twee keer zo snel, in 0,3 s, dan verdubbelt de snelheid naar 10 m/s en wordt de versnelling vier keer zo groot: 66,7 m/s². De UA1455 zit dan op zijn snelheidsgrens en boven zijn versnellingsgrens. Dan kom je uit bij een serie als de QUANTUM.
Rekenvoorbeeld 2: een loopkat over 40 meter
Een loopkat rijdt 40 m met een topsnelheid van 4 m/s. Die rijweg is te lang om vrij te dragen, dus de rups glijdt in een goot.
- Een UA1455 gaat glijdend tot 120 m, maar mag glijdend maar 2,5 m/s. Die valt af.
- Een M0950 gaat glijdend tot 260 m en mag glijdend 8 m/s en 20 m/s². Die past, met marge.
- Bij langere rijwegen of hogere snelheden is de TKHP90-R een optie: glijdend tot 1500 m, 10 m/s en 50 m/s².
Dit voorbeeld laat zien waarom je bij een glijdende opstelling altijd de glijdende kolom moet lezen. Wie de vrijdragende 10 m/s van de UA1455 ziet en verder niet kijkt, kiest een rups die bij deze loopkat te snel slijt. Meer over lange rijwegen lees je in kabelrups voor een lange rijweg.
De Kabelrups-configurator doet deze controle voor je. Je vult rijweg, snelheid en versnelling in en de configurator laat per type zien of het past, voor vrijdragend en glijdend. Types die te langzaam zijn, vallen af met de reden erbij.
Selbst berechnenEnergieketten-KonfiguratorEnergieführungskette berechnen, auswählen und zusammenstellenEnergieketten-Konfigurator öffnenWat gebeurt er als je kabelrups te snel gaat?
Een rups die boven zijn grenzen loopt, gaat niet meteen stuk. Hij slijt sneller en gaat zich anders gedragen. Wat we in de praktijk zien:
- Meer geluid en trillingen: de schakels slaan harder neer bij het afrollen. Lees hoe dat werkt bij een stille kabelrups.
- Klapperen: een vrijdragende rups die hard afremt, zwiept na en valt op zichzelf.
- Slijtage van de glijvlakken: bij een glijdende rups slijten de glijschoenen en de goot sneller.
- Uit de goot lopen: bij hoge versnelling kan een glijdende rups opwippen en naast de goot komen.
- Kabels die gaan schuiven: bij elke start en stop trekken de kabels aan hun trekontlasting. Liggen ze niet goed vast, dan gaan ze in de rups bewegen en breken ze eerder.
Herken je een van deze signalen bij een bestaande machine, en is de machine onlangs sneller afgesteld? Dan is dat een goede eerste verdachte.
StörungsratgeberEnergieführungskette verschleißt schnellAbgenutzte Seitenlaschen, Gleitflächen oder Gelenke nach kurzer Zeit.Zur LösungHebben snelheid en versnelling ook invloed op de kabels?
Ja. De kabels bewegen met de rups mee en krijgen dezelfde starts en stops te verwerken. Bij hoge versnellingen en veel bewegingen per dag heb je kabels nodig die gemaakt zijn voor beweging in een kabelrups, met een klasse die past bij je rijweg en het aantal bewegingscycli. Met de Kabelfinder zoek je een flexibele kabel op soort, aders, rijweg en cycli. Welke eigenschappen tellen, lees je in welke kabels in een kabelrups.
Zet de kabels aan beide uiteinden goed vast en houd de vulgraad onder 85%. Dan kunnen ze bij een harde start niet tegen elkaar en tegen de schakels slaan.
Wat geef je door als je een kabelrups aanvraagt?
Met deze gegevens kunnen we snelheid en versnelling meteen meenemen:
- (01)De rijweg (slag) van de machine
- (02)De opstelling: horizontaal, verticaal, vrijdragend of glijdend, als je dat al weet
- (03)De maximale snelheid in m/s
- (04)De versnelling in m/s², of de slag en de tijd per beweging
- (05)De kabels en slangen die mee moeten, met diameter en gewicht als je die hebt
Weet je de snelheid of versnelling niet precies, geef dan de cyclustijd door. Wisman rekent de keuze kosteloos na. Je kunt ook direct een offerte voor een kabelrups aanvragen.
Häufig gestellte Fragen
Hoe snel mag een kabelrups bewegen?
Dat verschilt per type en per opstelling. In ons assortiment lopen de grenzen vrijdragend van 2 m/s bij stalen rupsen tot 40 m/s bij de QUANTUM Q040. Glijdend liggen ze meestal tussen 0,8 en 10 m/s. De waarde voor jouw type staat op de seriepagina en in de configurator.
Waarom is de toegestane snelheid glijdend lager dan vrijdragend?
Bij een glijdende rups ligt het bovenste deel op het onderste en glijdt het eroverheen. Die wrijving en de slijtage van de glijvlakken nemen toe met de snelheid. Daarom liggen de grenzen glijdend bij de meeste types lager. Series zoals de TKHP en de M-serie zijn gemaakt om ook glijdend snel te rijden.
Hoe reken ik de versnelling uit als ik alleen de cyclustijd weet?
Voor een beweging die versnelt tot halverwege en daarna afremt, is de versnelling 4 × slag ÷ tijd². Bij 1,5 m in 0,6 s is dat 16,7 m/s². Heeft de beweging een stuk met constante snelheid, dan is de versnelling hoger.
Is een stalen kabelrups geschikt voor hoge snelheden?
Meestal niet. Stalen rupsen zijn gemaakt voor zware pakketten, hitte en een ruwe omgeving. In onze gegevens liggen hun grenzen vrijdragend rond 2 tot 5 m/s. Voor snelle bewegingen kies je een kunststof serie.
Wat als mijn machine sneller wordt afgesteld?
Controleer dan opnieuw of de rups binnen zijn grenzen blijft, voor snelheid en versnelling. Een rups die eerst ruim paste, kan na een snellere afstelling op of boven zijn grens zitten. Stuur ons de nieuwe waarden, dan rekenen we het na.
Nächster Schritt
Rechnen Sie selbst oder sehen Sie sich das Sortiment an. Wir prüfen Ihr Ergebnis kostenlos.


Serien zu diesem Thema
Frage zu diesem Thema?
Fragen Sie Bas direkt
Spezialist für Energieführungsketten bei Wisman Techniek






