Kort antwoord
Een geleidegoot houdt een glijdende kabelrups op zijn plaats: het bovenste deel glijdt over het onderste en de goot voorkomt dat het eraf schuift. Voor de meeste rupsen kies je een standaardgoot van gegalvaniseerd staal of RVS. Voor kranen en zeer lange rijwegen is er een open stalen systeem, voor hoge snelheden en zeewater een aluminium goot en voor kleine rupsen een compacte gesloten goot. De goot is 4 tot 6 mm breder dan de rups, met glijschoenen iets meer.

Een geleidegoot voor een kabelrups heb je nodig zodra de rups glijdend loopt. Het bovenste deel ligt dan op het onderste en schuift er bij elke slag overheen. De goot houdt beide delen recht boven elkaar, zodat het bovenste deel er niet af glijdt. Voor de meeste toepassingen volstaat een standaardgoot van gegalvaniseerd staal of RVS. Bij kranen, zeer lange rijwegen, hoge snelheden of weinig inbouwruimte kies je een ander systeem. De binnenbreedte van de goot is 4 tot 6 mm groter dan de buitenbreedte van de kabelrups, en met glijschoenen iets meer.
Hieronder lees je welke gootsystemen er zijn, welke goot bij welke serie past en hoe je breedte, lengte en aansluithoogte bepaalt. De gegevens komen uit de catalogus van Tsubaki Kabelschlepp.
Wanneer heeft een kabelrups een geleidegoot nodig?
Een vrijdragende kabelrups draagt zichzelf. Het bovenste deel hangt vrij boven het onderste en raakt het niet. Daar is geen goot voor nodig. Wordt de rijweg te lang om vrijdragend te lopen, dan zakt het bovenste deel door en gaat de rups glijden. Vanaf dat moment heb je een geleidegoot nodig. Waar die grens ligt, lees je in vrijdragend of glijdend.
In een glijdende opstelling zit het vaste punt meestal midden op de rijweg. Achter het vaste punt glijdt het bovenste deel niet op de rups, maar op een glijlijst in de goot. Zonder goot wijkt de rups zijwaarts uit en loopt hij van zichzelf af.
Er is nog een tweede soort goot: de steungoot. Die is voor een vrijdragende rups die geen egale ondergrond heeft om op te liggen. Steungoten zijn voor alle rupstypes leverbaar.
Welke soorten geleidegoten voor een kabelrups zijn er?
Tsubaki Kabelschlepp heeft vier gootsystemen en een afdekkap die op elk systeem past.
| Systeem | Materiaal | Sectielengte | Wanneer |
|---|---|---|---|
| Standaardgoot | Gegalvaniseerd staal of RVS | 2000 of 3000 mm | De meeste glijdende opstellingen |
| Steel Guide System (TKSG) | Gegalvaniseerd staal of RVS | 1000 of 2000 mm | Kranen en zeer lange rijwegen, open constructie |
| Alu Guide System (TKAL) | Aluminium | 1000 of 2000 mm | Lange rijwegen met hoge snelheden, ook zeewater, glijdend of rollend |
| Easy Guide System (TKEG) | Gegalvaniseerd staal of RVS | 2000 mm | Kleine rupsen, staand, hangend of liggend |
| Afdekkap (channel enclosure) | Gegalvaniseerd staal of RVS | 1000 of 2000 mm | Bescherming tegen vuil, vallende delen, sneeuw en ijs |
De standaardgoot is een U-profiel van plaatstaal dat je vrij kunt bevestigen. Vanaf een goothoogte van 200 mm krijgen de flanken extra versteviging. Loopt de rups sneller dan 0,5 m/s en maakt hij veel slagen, dan is een speciale glijlijst aan te raden.
TKSG is modulair en open opgebouwd. Vuil valt er makkelijker doorheen, en dat is buiten en op kranen een voordeel.
TKAL is licht en zeewaterbestendig. Naast glijden kan de rups er ook rollen, met rolsteunen bij de grotere maten.
TKEG is compact en gesloten, met houders voor staande, hangende of liggende montage. Er zijn drie varianten: staand zonder afdekking, staand met afdekking en liggend met afdekking.
Welke geleidegoot past bij welke serie?
Niet elk systeem is voor elke serie leverbaar. Een overzicht van de belangrijkste combinaties:
| Serie | Standaardgoot | TKSG | TKAL | TKEG |
|---|---|---|---|---|
| [UNIFLEX Advanced](/kabelrupsen/uniflex-advanced) | UA1455 tot UA1995 | UA1555 tot UA1995 | UA1455 tot UA1995 | UA1320 tot UA1555 |
| [M-serie](/kabelrupsen/m) | M0475 tot M1300 | M0650 tot M1300 | M0650 tot M1300 | |
| [QUANTUM®](/kabelrupsen/quantum) | Q040 tot Q100 | Q040 tot Q100 | ||
| [TKHP](/kabelrupsen/tkhp) | Ja | Ja | Ja | |
| [S/SX](/kabelrupsen/s-sx) | S/SX0650 tot S/SX1800 | S/SX0650 tot S/SX1252 | ||
| [K-serie](/kabelrupsen/k) | K0650 en K0900 | K0650 en K0900 | ||
| [QuickTrax](/kabelrupsen/quicktrax) en [EasyTrax](/kabelrupsen/easytrax) | QT0320 en ET0320 |
Bij de K-serie met aluminium gatstegen zijn glijschijven op de zijkant verplicht, tussen rups en gootwand. Of je rups glijschoenen nodig heeft en wat dat doet met de buigradius, lees je in glijschoenen voor een kabelrups.
Zelf uitrekenenKabelrups-configuratorKabelrups berekenen, kiezen en samenstellenOpen de kabelrups-configuratorHoe breed moet een geleidegoot zijn?
De binnenbreedte van de goot is afhankelijk van de rupsgrootte 4 tot 6 mm groter dan de buitenbreedte van de rups. Je rekent met de buitenbreedte zonder aanbouwdelen. Met glijschoenen komt er meer bij, omdat die aan de zijkant uitsteken.
| Type | Zonder glijschoenen | Met glijschoenen |
|---|---|---|
| UA1555 | Buitenbreedte + 5 mm | Buitenbreedte + 9 mm |
| UA1665 | Buitenbreedte + 5 mm | Buitenbreedte + 10 mm |
| UA1995 | Buitenbreedte + 6 mm | Buitenbreedte + 11 mm |
Te veel ruimte laat de rups slingeren. Te weinig ruimte laat hem klemmen en slijten aan de zijkant. Neem de maat dus per type uit de catalogus, en niet een vaste toeslag voor alle rupsen.
Hoe lang wordt een geleidegoot?
De lengte hangt af van de opstelling. In de catalogus staan twee rekenregels:
- Eenzijdige opstelling: gootlengte = rijweg + UB + L1. De glijlijst is de helft van de rijweg.
- Twee rupsen tegenover elkaar: gootlengte = rijweg + 2 × UB + X. De glijlijst is X min 2 × L1.
UB is de lengte waarmee de bocht van de rups voorbij de meenemer uitsteekt, L1 is een maat bij het vaste punt en X is de afstand tussen de twee vaste punten. UB en L1 verschillen per type en staan in de catalogus. De uitkomst rond je af op de sectielengtes van het gootsysteem. Houd ook rekening met een reserve in de rijweg, bijvoorbeeld als de machine later een iets langere slag krijgt.
Een voorbeeld met een eenzijdige opstelling: bij een rijweg van 20 m is de glijlijst 10 m. De goot zelf is 20 m plus UB en L1, en wordt daarna afgerond op hele secties. Hoe lang de rups zelf wordt, reken je uit met de rekentool voor de kabelrups-lengte.
Op welke hoogte zit de meenemer?
De meenemer moet op de juiste hoogte boven de goot zitten. De catalogus noemt twee varianten:
- (01)Lage aansluiting (standaard): aansluithoogte = 3 × de buitenhoogte van de rups. De rups maakt bij de meenemer een kleine tegenbocht.
- (02)Hoge aansluiting: aansluithoogte = 2 × krommingsradius + buitenhoogte. Dit geeft meer slijtage. Overleg eerst voordat je hiervoor kiest.
Bij lange rijwegen moet de aansluithoogte soms lager. Ook bij een andere afstand tussen vast punt en meenemer dan in de catalogus rekenen we de opstelling na.
Waar let je op bij de montage van een geleidegoot?
De meeste problemen met glijdende rupsen ontstaan bij de goot, niet bij de rups zelf. Let bij de montage op deze punten:
- Uitlijnen over de hele lengte. Naden en hoogteverschillen tussen secties laten de rups haken of opklimmen.
- Verbindingen op elke naad. Bij de standaardgoot zitten hoekbeugels op alle naden en aan beide uiteinden. Bij TKSG zijn dat gootbeugels.
- Meenemer midden boven de goot. Een scheve meenemer trekt de rups uit de goot.
- Ruimte voor vuil. Buiten en in stoffige hallen helpt een open systeem of een afdekkap.
Hoe je de rups zelf monteert, lees je in kabelrups monteren. In Kabelrups CAD kies je per serie een passend gootsysteem en materiaal en zie je de opstelling in 3D.
StoringsgidsKabelrups loopt uit de gootBij lange rijwegen: de rups springt uit de goot of gaat over zichzelf heen.Naar de oplossingEen geleidegoot laten doorrekenen of monteren
Een glijdende opstelling vraagt een paar keuzes tegelijk: serie, radius, glijschoenen, gootsysteem en de plek van het vaste punt. In de Kabelrups-configurator start je met je rijweg en kabels, en een specialist rekent je configuratie daarna kosteloos na. Heb je al een rups die slijt of uit de goot loopt, loop dan eerst de Rups-check na. Losse goten, glijlijsten en glijschoenen vraag je aan via onderdelen. Meer over lange slagen staat in kabelrups lange rijweg.

Veelgestelde vragen
Heeft elke kabelrups een geleidegoot nodig?
Nee. Een vrijdragende kabelrups heeft geen goot nodig, hooguit een steungoot als er geen egale ondergrond is. Zodra de rups glijdt, is een geleidegoot wel nodig.
Welk materiaal kies ik voor een geleidegoot?
Gegalvaniseerd staal is de standaard. RVS kies je bij vocht, buiten of in de voedingsmiddelenindustrie. Aluminium is licht en zeewaterbestendig en wordt gebruikt bij lange rijwegen met hoge snelheden.
Hoeveel breder dan de kabelrups is de goot?
Afhankelijk van de rupsgrootte 4 tot 6 mm, gemeten vanaf de buitenbreedte zonder aanbouwdelen. Met glijschoenen komt er meer bij, bij de UNIFLEX Advanced bijvoorbeeld 9 tot 11 mm.
Kan ik een geleidegoot afdekken?
Ja. De afdekkap past op elk gootsysteem van Tsubaki Kabelschlepp. Hij beschermt de rups tegen vuil, vallende delen, sneeuw en ijs en gaat zonder gereedschap open.
Hoe lang is de glijlijst in een geleidegoot?
Bij een eenzijdige opstelling is de glijlijst de helft van de rijweg. Bij twee rupsen tegenover elkaar is hij de afstand tussen de vaste punten min twee keer de maat L1 uit de catalogus.
Volgende stap
Reken het zelf uit of bekijk het assortiment. Wij controleren je uitkomst kosteloos.


Series bij dit onderwerp
Vraag over dit onderwerp?
Vraag het Bas direct
Kabelrupsen Specialist bij Wisman Techniek








