Wat we bij elke inspectie controleren
Elke inspectie volgt dezelfde vier groepen, zodat de verslagen van ronde tot ronde te vergelijken zijn.
De kabelrups: schakels en zijdelen op scheuren, breuk of verkleuring, speling in de schakels, de dwarsstegen, of de rups gelijkmatig door de radius buigt, de eindbevestigingen aan vast punt en meenemer, en de tussenschotten en hoogteverdelingen.
De geleiding: glijschoenen en glijvlakken, de uitlijning en bevestiging van de geleidegoot, en of het bovenpart loopt zoals bedoeld, vrijdragend of glijdend.
De kabels en slangen: of ze recht liggen zonder torsie, niet uit de rups kruipen, goed vastzitten in de trekontlasting, de radius volgen zonder knik, een gave mantel hebben en niet gekruist liggen. Tot slot de omgeving en werking: vervuiling, geluid en of de rups soepel over de hele rijweg loopt.

















