Kennisbank · Basis

Welke kabels in een kabelrups? Zo kies je de juiste

Welke kabels kun je in een kabelrups gebruiken? Zo kies je een flexibele kabel op klasse, mantel en afscherming en voorkom je kabelbreuk.

Bas EgberinkKabelrupsen Specialist

23 jun 2026 · 9 min lezen

Kort antwoord

Gebruik in een kabelrups alleen flexibele kabels die gemaakt zijn voor continue beweging, met fijndradige geleiders, een speciale slagopbouw en een slijtvaste mantel. Kies de klasse op rijweg en aantal bewegingen, en de afscherming op de signalen die je transporteert.

Welke kabels in een kabelrups? Zo kies je de juiste

In een kabelrups horen kabels die gemaakt zijn om duizenden tot miljoenen keren te buigen: fijndradig, met een speciale slagopbouw en een slijtvaste mantel. Een gewone installatiekabel is gemaakt om één keer gelegd te worden. In een rups buigt hij bij elke slag mee, en daar is hij niet op ontworpen. De rups beschermt de kabel, maar het buigen moet de kabel zelf aankunnen.

Waarom breekt een gewone kabel in een kabelrups?

Bij elke beweging buigt de kabel door de bocht van de rups. De buitenkant van de kabel wordt opgerekt, de binnenkant samengedrukt. Bij een installatiekabel met grove geleiders en een lange slaglengte breken de draadjes daardoor na verloop van tijd. Vaak gebeurt dat onzichtbaar, binnen de mantel.

Het gevolg ken je misschien: haperende signalen, een motor die af en toe uitvalt of een kabel die steeds op dezelfde plek kapotgaat. In de storingsgids lees je hoe je kabelbreuk in de kabelrups herkent en wat de oorzaken zijn.

Waar herken je een kabel voor de kabelrups aan?

Een kabel voor bewegend gebruik heeft een paar duidelijke kenmerken. Kijk in het datablad naar:

  • Fijndradige geleiders, die beter bestand zijn tegen herhaald buigen
  • De opbouw van de aders: in bundels geslagen, in lagen of als getwiste paren, met een korte slaglengte zodat trek en druk in de bocht worden opgevangen
  • Een slijtvaste, glijvaste mantel van PVC, PUR of TPE
  • Een minimale buigradius voor bewegend gebruik en een opgegeven aantal bewegingscycli
  • De maximale rijweg waarvoor de kabel is bedoeld

Staat er geen buigradius voor bewegend gebruik in het datablad, dan is de kabel niet voor een kabelrups gemaakt.

Welke kabelklasse heb je nodig?

Bij de TRAXLINE-kabels van Tsubaki Kabelschlepp zit de klasse in de naam: 200, 400, 700 of 1000. Hoe hoger het getal, hoe zwaarder de toepassing die de kabel aankan. Voor de besturingskabels zijn dit de gegevens van de fabrikant:

KlasseVoorbeeldMantelBewegingscycli totRijweg tot
200 BasisCONTROL 200PVC2 miljoen25 m
400 VeeleisendCONTROL 400 600VPVC4 miljoen100 m
700 Zeer veeleisendCONTROL 700 600VPUR7 miljoen500 m
1000 ExtreemCONTROL 1000 TPE 300/500VTPE10 miljoen1000 m

De 200-klasse is buigflexibel en bedoeld voor korte slagen en eenvoudige buigende toepassingen. Vanaf 400 zijn de kabels hoogflexibel, en de besturingskabels zijn dan in bundels geslagen. Voor dagelijkse beweging over lange rijwegen kies je 700 of 1000.

Kies niet automatisch de zwaarste klasse. De lichtste klasse die je rijweg en aantal bewegingen aankan, is meestal de verstandigste. De Kabelfinder werkt precies zo: je vult soort, aders, doorsnede, afscherming, rijweg en cycli in, en de lichtste klasse die volstaat staat bovenaan.

Zelf uitrekenenKabelfinderDe juiste flexibele kabel voor je kabelrupsOpen de kabelfinder

Welke soorten kabels gaan in een kabelrups?

In een rups liggen vaak verschillende kabels en slangen naast elkaar. In ons assortiment flexibele kabels vind je deze soorten:

  1. (01)Besturingskabels voor sensoren, ventielen en bediening, zoals de CONTROL 700 C 600V
  2. (02)Stroomkabels voor motoren en aandrijvingen, meeradig of enkeladerig (POWER ONE) voor grote doorsneden
  3. (03)Datakabels met getwiste paren voor encoders, resolvers en meetsignalen
  4. (04)BUS- en netwerkkabels zoals PROFIBUS, PROFINET, CAN-bus, USB, CAT.5e/6 en coax
  5. (05)Glasvezelkabels zoals de FOC 700, ongevoelig voor elektromagnetische storing
  6. (06)Hoogspanningskabels voor kranen en zware installaties met lange rijwegen
  7. (07)Systeemkabels die voeding en signaal in één mantel combineren

Daarnaast lopen er vaak slangen mee voor pneumatiek, hydrauliek of koelvloeistof. Die hebben meer speling nodig dan kabels, omdat ze onder druk zwellen.

Afgeschermd of ongeschermd?

Voedingskabels en signaalkabels in dezelfde rups kunnen elkaar storen. Een motorkabel naar een frequentieregelaar zendt storing uit, een encoderkabel is er juist gevoelig voor. De TRAXLINE-series zijn er ongeschermd, afgeschermd en dubbel afgeschermd.

  • Gebruik afgeschermde stroomkabels voor servo- en geregelde motoren
  • Gebruik afgeschermde datakabels met getwiste paren voor encoders en meetsignalen
  • Scheid voeding en signaal in de rups met een tussenschot
  • Overweeg glasvezel bij lange rijwegen en veel storing in de omgeving

Hoe je de kabels in de rups verdeelt, lees je in kabelrups indelen met tussenschotten.

Hoe bepaal je binnenhoogte en buigradius voor je kabel?

De dikste kabel bepaalt twee maten van de rups: de binnenhoogte en de krommingsradius. Op de site rekenen we zo:

  • Binnenhoogte: minimaal de kabeldiameter × 1,1 (10% speling)
  • Krommingsradius: minimaal de kabeldiameter × 7,5, ruim × 10 bij veel bewegingen
  • Staat er in het datablad een grotere minimale buigradius, dan geldt die

Een voorbeeld met de POWER 700 C 1kV 4G4 (13,8 mm). De binnenhoogte moet minimaal 13,8 × 1,1 = 15,2 mm zijn, dus 16 mm. De krommingsradius minimaal 13,8 × 7,5 = 104 mm, ruim 138 mm. Bij een UNIFLEX Advanced of M-serie kies je dan de eerste leverbare radius daarboven. Meer uitleg vind je in de juiste buigradius bepalen.

Zelf uitrekenenBuigradius berekenenMinimale buigradius uit je dikste kabelReken het uit

Kabels compleet in de rups laten leveren

Veel kabelstoringen ontstaan niet in de kabel zelf, maar bij de aansluiting. Een kabel die bij het vaste punt of de meenemer niet goed is vastgezet, breekt precies daar. Zorg dus voor een goede trekontlasting aan beide uiteinden.

Wij leveren rupsen desgewenst compleet: op lengte, gevuld met je kabels en met de aansluitstukken erop. In Ruurlo assembleren we de rups op maat. In de Kabelrups-configurator kies je in de stap Kabelpakket direct een TRAXLINE-kabel uit het assortiment, en bij je aanvraag geef je aan of we de kabels er compleet bij leveren.

Vervang je een kapotte kabel in een bestaande rups? Kies dan meteen een kabel die voor bewegend gebruik is gemaakt, anders herhaalt het probleem zich. Een kabellijst sturen kan ook via een offerteaanvraag.

Veelgestelde vragen

Kan ik een gewone installatiekabel in een kabelrups gebruiken?

Nee. Een installatiekabel is gemaakt voor vaste montage en niet voor herhaald buigen. In een kabelrups breken de geleiders na verloop van tijd, vaak onzichtbaar binnen de mantel.

Wat is het verschil tussen een PVC-, PUR- en TPE-mantel?

Bij de TRAXLINE-kabels zit PVC in de klassen 200 en 400, PUR in de 700-klasse en TPE in de 1000-klasse. Hoe hoger de klasse, hoe meer bewegingscycli en hoe langere rijwegen de fabrikant opgeeft.

Wat betekent C of CD in de naam van een kabel?

Bij de TRAXLINE-kabels staat C voor een afgeschermde kabel. CD staat meestal voor dubbel afgeschermd; de precieze afscherming zie je op de seriepagina van de kabel. Afscherming kies je voor kabels die storing uitzenden, zoals motorkabels, of er gevoelig voor zijn, zoals data- en encoderkabels.

Hoe dik mag een kabel zijn in een kabelrups?

De kabeldiameter is maximaal de binnenhoogte van de rups gedeeld door 1,1. In een rups met 38 mm binnenhoogte past dus een kabel tot ongeveer 34,5 mm. Let daarnaast op de minimale buigradius van de kabel.

Kunnen kabels en slangen samen in één kabelrups?

Ja, dat is heel gebruikelijk. Scheid ze met een tussenschot en reken voor slangen met 20% speling in plaats van 10%, omdat slangen onder druk in diameter en lengte veranderen.

Volgende stap

Reken het zelf uit of bekijk het assortiment. Wij controleren je uitkomst kosteloos.

Vraag over dit onderwerp?

Vraag het Bas direct

Kabelrupsen Specialist bij Wisman Techniek